Kop

Blog: Van boer tot multifunctionele plattelandsondernemer

Nieuwe relatie stad – platteland

Vroeger was de relatie tussen stad en platteland vooral locaal van aard. De boer ging naar de stad om er zijn vee en vlees, zijn melk, boter, kaas en eieren, en/of zijn groente en fruit te verkopen op de markt. Andersom reisden de locale bakker, de kruidenier en de ‘scharensliep’ langs de deur van de boer met hun koopwaar.

Vanaf medio vorige eeuw zijn boeren gaan samenwerken in melkcoöperaties (CMC) en ging de melk via de melkfabriek naar de winkel en de supermarkt. De bakker, de kruidenier en de slager verdwenen van het platteland en verhandelden hun producten alleen nog maar in dorp en stad. De boer produceerde voor export.

Na een periode van grootschalig produceren, waarin kwantiteit centraal stond, lijkt tegenwoordig kwaliteit steeds meer de nieuwe doelstelling geworden. Maar niet iedere boer kan mee met de ontwikkelingen. Grote milieu-investeringen en gebrek aan opvolgers brengen veel boeren bij een beslismoment waar keuzes gemaakt moeten worden tussen stoppen, verbreden of verdiepen.

Recentelijk is ook de multifunctionele landbouw in zwang gekomen: boeren hebben de stad opnieuw ontdekt en … de stad heeft ook steeds meer oog voor de boer gekregen: zie de campagnes ‘Stad zoekt boer’ en ‘de Smaak van de stad’.

Boeren worden steeds inventiever om hun producten aan de man te brengen en daarmee hun hoofd boven water te houden. Boeren ontwikkelen zich in toenemende mate tot integrale ‘plattelandsondernemers’, en zijn steeds minder boer. Het platteland is functioneel, economisch, visueel-ruimtelijk, organisatorisch en sociaal aan het veranderen.

En er is meer…. Mede onder invloed van nieuw Europees plattelandsbeleid en Europese subsidies (Gemeenschappelijk Landbouwbeleid per 2014) organiseren boeren zich in steeds grotere verbanden, zoals agrarische natuurverenigingen, streekcoöperaties, en streekplatforms.

Zij zijn daarmee in toenemende mate in de streek het aanspreekpunt geworden voor allerlei nieuwe activiteiten, die m.i.v. 2014 vanuit het GLB betaald kunnen gaan worden. Voorbeelden van dit soort projecten zijn ‘boerderijeducatie’, ‘duurzame energie en biomassa’, ‘verkoop van streekproducten’, ‘zorgboerderijen’, ‘kunstroutes’, ‘Bed&Breakfast’, ‘fruit/polderspelen’, ‘landschapsonderhoudploegen’ en ‘agrarisch natuurbeheer’ etc. Nieuwe activiteiten op de boerderij zijn ook ‘varken op de leer’,  ‘koken in het veld’ en ‘muziek op het erf’. De laatste gaat door onder de naam ‘boerol’ (afgeleid van het alom bekende Oerol).

De allerlaatste trend in de zich veranderende relatie stad-platteland is de volgende.

In leegstaande panden in de steden ontstaan plattelandswinkels, waar eerder genoemde plattelandsorganisaties zich profileren en dichter bij de consument gaan zitten. Dit past bij een consument, die zich in toenemende mate richt op kwaliteits-producten en op toeristische en culturele producten uit de eigen streek.

Concreet project in Ede:

  • Een brug slaan tussen consument (eerlijke producten) en producent (eerlijke prijzen) =>  Wederkerige verbinding leggen tussen boer en burger.
  • Een leegstaand pand in het winkelhart van Ede op die manier vullen met streekinformatie en streekproducten uit het Binnenveld.